EBP

EPB staat voor “EnergiePrestatie & Binnenklimaat”

In het kader van het Kyotoprotocol wil Europa met de Europese richtlijn voor energieprestaties van gebouwen, de uitstoot van de broeikasgassen in gebouwen verminderen.

Vanaf 2006 waren de Europese lidstaten verplicht deze richtlijn om te zetten in hun eigen nationale en regionale regelgeving.

In België zijn de gewesten bevoegd voor het omzetten van de richtlijn betreffende de energieprestaties van gebouwen. Voor Vlaanderen betekende de omzetting van de richtlijn een fundamentele ommekeer in het wetgevend kader. De isolatiereglementering werd vervangen door de “energieprestatieregelgeving”. Het EPB-decreet en het EPB-besluit vormen de basis voor de energieprestatieregelgeving.

De energieprestatieregelgeving definieert:

  • Thermische isolatie-eisen
  • Energieprestatie-eisen
  • Eisen op het vlak van het binnenklimaat

    Wanneer is EPB van toepassing ?

    Vanaf 2006 is EPB verplicht voor nieuwbouw en verbouwingen indien aan volgende 2 voorwaarden voldaan is:

    • Er is een stedenbouwkundige vergunning vereist voor het uitvoeren van de werkzaamheden.
    • Het gebouw of het deel van het gebouw waaraan werkzaamheden worden uitgevoerd is verwarmd of gekoeld ten behoeve van mensen.

    EPB-eisen

    Welke EPB-eisen van toepassing zijn voor een (ver)bouwproject is afhankelijk van:

    • De datum van stedenbouwkundige vergunningsaanvraag. Hoe later de aanvraag hoe strenger de eisen.
    • De aard van de werkzaamheden; verbouwing, nieuwbouw, uitbreiding, ….
    • De bestemming van het gebouw; wonen, industrie, kantoor, ….

    Toelichting betreffende de verschillende EPB-eisen:

    E-peil:

    E-peil is een maat voor de energieprestatie van een woning en de vaste installaties ervan in standaardomstandigheden. Hoe lager het E-peil, hoe energiezuiniger de woning is. Er geldt een maximaal E-peil. Het E-peil hangt af van volgende factoren: de compactheid van de woning, de thermische isolatie, de luchtdichtheid, de ventilatie, de verwarmingsinstallatie en het systeem voor warmwatervoorziening, de oriëntatie en bezonning, de koelinstallatie de verlichtingsinstallatie (enkel bij kantoren en scholen) en de aanwezigheid hernieuwbare energie.

    K-peil:

    Geeft het maximaal peil van de globale warmte-isolatie van het gebouw weer. Hoe lager het K-peil, hoe minder warmte er verloren gaat via de scheidingsconstructies, dus hoe beter de woning geïsoleerd is. Het K-peil wordt bepaald door de compactheid van de woning en de thermische isolatie van de verschillende scheidingsconstructies, nl. vloer, dak en gevels. Er geldt een maximaal K-peil.

    Jaarlijkse netto energiebehoefte voor verwarming:

    Is de hoeveelheid energie in kWh nodig voor de verwarming van 1 m² vloeroppervlakte van het gebouw gedurende een periode van 1 jaar. Er geldt een maximumwaarde.
    Deze warmte-energiebehoefte kan beperkt worden door het optimaliseren van de balans tussen warmteverliezen (via transmissie en ventilatie) en warmtewinsten (interne en door zon). Concreet, door beter thermisch te isoleren, het beperken van de ventilatieverliezen, door luchtdicht te bouwen, en het optimaal benutten van de warmtewinsten.

    U- en R-waarden:

    Dat zijn eisen op vlak van thermische isolatie, er gelden maximale U- en minimale R-waarden. De U-waarde is de maximale warmtedoorgangscoëfficiënt van een scheidingsconstructie (muur, vloer, dak, raam, deur, …). Hoe lager de U-waarde, hoe beter de scheidingsconstructie geïsoleerd is. De R-waarde is de minimum warmteweerstand van een scheidingsconstructie. Voor bepaalde scheidingsconstructies gelden minimale warmteweerstanden (R-waarden), in plaats van maximale U-waarden.

    Ventilatie:

    Een woongebouw dient van verse lucht voorzien te worden en dient daarom over ventilatievoorzieningen te beschikken die toelaten om bepaalde lucht-debieten of lucht-doorstromingen te realiseren. 
De ventilatie-eisen, weergegeven in minimum en maximum lucht toevoer –en afvoerdebiet (m³/h) per ruimte, hangen af van de ‘aard van het werk’, van de ‘bestemming’ en van de functie en oppervlakte van de ruimte.

    Oververhitting:

    Het risico op oververhitting geeft weer in welke mate het gebouw risico loopt oververhit te raken door warmtetoevoer van buitenaf. Wordt bepaald door de oppervlakte en eigenschappen van de transparante scheidingsconstructies, (vensters), de oriëntatie en bezonning, de thermische capaciteit van de bouwmaterialen en de eventuele koelinstallatie, de oriëntatie van de vensters, de zonnetoetredingsfactor van de beglazing, effectieve zonwering aan vensters, beschaduwing van vensters door luifels.

    De aangifteplichtige

    De houder van de stedenbouwkundige vergunning, meestal de bouwheer of bouwpromotor, is de aangifteplichtige.

    Verantwoordelijkheid
    • Het naleven van de EPB-eisen zodat het gebouw voldoet aan de energieprestatieregelgeving. Hij laat zich daarvoor bijstaan door de EPB-verlaggever en de architect.
    • Het aanstellen van de EPB-verslaggever.
    • Het indienen, door de EPB-verslaggever, van de EPB-aangifte als bewijs dat de woning voldoet, uiterlijk zes maanden na ingebruikname van de woning.

    De EPB-verslaggever

    Een EPB-verslaggever beschikt over een diploma van ingenieur of architect en is bij het Vlaams Energieagentschap geregistreerd als EPB-verslaggever.

    Verantwoordelijkheid
    • Vóór de start van de werkzaamheden het opmaken en elektronisch indienen van de “startverklaring” bij het Vlaams Energieagentschap. 
De startverklaring bevat gegevens van het bouwproject, aangifteplichtige, architect en verslaggever.
    • Het maken van een “EPB-voorafberekening”. Als de berekening aantoont dat het ontworpen gebouw niet zal voldoen aan de EPB-eisen, signaleert de verslaggever dat aan de aangifteplichtige en aan de architect. De verslaggever geeft hen één schriftelijk niet-bindend advies over hoe ze kunnen voldoen aan de EPB-eisen. Hij toont aan welke punten kunnen worden bijgestuurd en bakent de probleemzones af.
    • Het opstellen en indienen van de “EPB-aangifte” via de Energieprestatiedatabank uiterlijk 6 maanden na ingebruikname van het gebouw. De EPB-aangifte bevat alle gegevens die de energieprestaties en binnenklimaat van het gebouw bepalen. De EPB-verslaggever is verantwoordelijk voor een correcte rapportering van de feitelijke toestand (‘as-built-situatie’) van het gebouw.
    • Archiveren van de ondertekende EPB-aangifte en alle stavingstukken gedurende een periode van ten minste 5 jaar na indiening.

    De architect

    De architect is de ontwerper van het gebouw.

    Verantwoordelijkheid
    • Het ontwerpen van een gebouw dat voldoet aan de EPB-eisen. Hij steunt hierbij mede op het advies van de EPB-verslaggever.
    • Tijdens de uitvoering van de werken controleert de architect dat de EPB-eisen worden gerespecteerd.

    Het Vlaams Energieagentschap

    Het Vlaams Energieagentschap is een administratieve dienst van de Vlaamse overheid en behoort tot het beleidsdomein “Leefmilieu, Natuur en Energie”.

    Verantwoordelijkheid
    • Handhaving energieprestatieregelgeving. Toezicht houden op en zo nodig afdwingen van de naleving van de energieprestatieregelgeving.
    • Om controle te hebben op de naleving van de energieprestatieregelgeving in de praktijk, doet het Vlaams Energieagentschap bouwplaatsbezoeken en worden boetes opgelegd.

IMGP8416

Untitled2

Istock 000013213866Small 300X225